Het gelijk van Geert. Transcriptie Inspraak Geert Ensing bij Gemeenteraad Arnhem op 12-03-2012

Deel 1. | Deel 2. | Deel 3. | Deel 4.Deel 5a. | Deel 5b. | Deel 5c. | Deel 5d.  | Deel5e. | Deel 6a. | Deel 6b. | Deel 6c | Deel 6d | Deel 6e |

Vaststellen van de gebiedsvisie Stadsblokken/Meinerswijk | 12-03-2012

Bron: Gemeente Arnhem. (2012). Vergadering informatief / meningsvormende Politieke Maandag Raadzaal 12-03-2012. 2015: http://arnhem.raadsinformatie.nl/vergadering/20722/informatief+%2F+meningsvormende+Politieke+Maandag+Raadzaal+12-03-2012

[Dit is een concept transcriptie. Verbeteringen zijn nog mogelijk.]

(Start: 1:13:15)

Giesink: Ik heb een punt van orde; dit was de laatste aangemelde inspreker hè? We hebben vandaag, van het weekend, het hele pakket van Phanos gekregen. Ik hoorde zojuist in uw aankondiging dat Phanos niet wenst in te spreken. Ik zou eigenlijk hier een oproep willen doen aan Phanos om dat wel te doen. Ik zou graag mondeling van Phanos horen waarom ze de moeite nemen ons een stapel papier te sturen, de bewoners van de woonboten in de ASM-haven de stuipen op het lijf te jagen en ook een aantal evenementen te dreigen onmogelijk te maken, ik hoor dat graag mondeling.

*Applaus*

Persoon X: Voorzitter, ik heb een ondersteunend verzoek van de heer Giesink.

Voorzitter: Meneer Ensing van Phanos is bereid u toe te spreken, dank u wel.

Ensing: Wij willen graag van deze gelegenheid gebruik maken. Wij hebben vanmiddag gezegd dat wij zoveel informatie hebben gegeven dat het ons een beetje overdreven leek om hierover een verhaal te vertellen, maar we hebben daaraan toegevoegd, dat wij bereid zijn, alle vragen te beantwoorden.

Ik denk dat uit de documentatie die de raadsleden en de commissieleden vorige week hebben ontvangen heel duidelijk is hoe wij in de wedstrijd zitten. Ik moet u eerlijk zeggen, ook gezien mijn leeftijd, ik heb best wat in m’n leven meegemaakt, ik heb onder andere 25 jaar bij de overheid gewerkt, dus ik weet ook hoe die wereld in elkaar zit, ik heb zoiets nog nooit meegemaakt. In 2005- en -6 is de gemeente Arnhem actief geweest om het particuliere eigendom onder één noemer te krijgen in dit gebied. Want daar was geen chocola van te maken. Dat is dus in 2006 gelukt en Phanos was de gelukkige en die werd met trompetgeschal binnengehaald. D’r werden brieven gestuurd aan de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat en de minister van VROM dat eindelijk een situatie aanwezig was dat de drie belangrijke eigenaren, dat was Rijkswaterstaat, Staatsbosbeheer en dan Phanos, samen met de gemeente een integrale ontwikkeling tot stand konden brengen.

En, er was ook afgesproken, dat dat op basis van een samenwerkingsovereenkomst zou gebeuren. In 2006 heeft de gemeenteraad van Arnhem in de procedure van de vaststelling van het nieuwe regionale structuurplan, zelfs de rode contouren nog laten verruimen. En in 2007, eind 2007, toen overeenstemming bereikt was tussen de grondeigenaren en de gemeente over de uitgangspunten qua invulling van dat gebied, heeft de gemeenteraad, in november 2007, de nota voor de uitgangspunten bepaald met diezelfde uitgangspunten die ik nu net noem.

Één van de uitgangspunten was onder andere, d’r moet ook een oplossing komen in dit gebied voor de woonschepen. Wie schetst mijn verbazing dat er uiteindelijk een voorstel van het college aan de raad gedaan wordt zonder daar rekening mee te houden. Maar ondertussen ligt er wel een rapport, speciaal om hier een oplossing voor te vinden, die dus eigenlijk alleen maar constateert dat er drie goeie oplossingen zijn en die liggen ook nog in dit gebied. Dus wij vragen ons af, waar zijn jullie nu met elkaar hier mee bezig? Want ondertussen is het wel zo, dat ik als grondeigenaar, natuurlijk ook m’n eigen zaakjes moet regelen en moet voorkomen dat er sprake is van verjaring.

En er zijn dus heel veel mensen dus die zonder ook maar te vragen jouw eigendom in gebruik nemen. Nou, u mag allemaal van mij weten, dat sta ik niet toe. Ik vind, dat hoort ook niet zo, en dat betekent gewoon dus dat wij onze positie veilig gesteld hebben bij de rechter, en in oktober vorig jaar heeft de rechter dan ook bepaald dat deze mensen ten onrechte gedaan hebben wat ze gedaan hebben. Dus vanaf dat moment moesten ze [de woonboten in de ASM haven] weg.

Nou, wij zijn vanaf dat moment ook met het college in gesprek, inmiddels al een half jaar, en dat schiet maar niet op, wij hebben gewoon het gevoel dat we aan het lijntje gehouden worden. Bovendien, en dan kom ik zo meteen nog even terug op het resultaat van het participatieproces, vinden wij dus dat wij in onze positie onrecht wordt aangedaan.

De gemeente die heeft dus, een insteek gehad in de tijd die van heel andere dingen uit ging. Het participatieproces, dat na de vaststelling van de nota van uitgangspunten eind 2007 is ingevoerd, hebben wij ook overeenstemming over bereikt met de gemeente, en wij hebben gezegd, prima, wij snappen het echec van het preferendum over het Rijnboog-project heel goed, ik snap ook heel goed dus dat jullie eerst met de stad in gesprek willen. En wij gaan nauwlettend toezien hoe dat gaat en als wij dus kans zien om dat proces te beïnvloeden vanuit onze positie dan willen wij dat toch doen. Ook logisch vind ik.

Toen wij de conclusies van de eerste fase van het participatieproces onder ogen kregen… mag ik een glaasje water?… toen moesten wij concluderen dat het proces eigenlijk heel goed ging. Er werden 9 denkrichtingen gekozen, en die 9 denkrichtingen die maakten alles nog mogelijk. En om het proces te beïnvloeden hebben wij gedacht, gut, laten wij eens een vertaling maken van wat men nou wil. Dus wij hebben ons idee gemaakt, gevisualiseerd, en dat idee ging uit van 85% natuur. En 15% voor andere doeleinden. En nog minder dan planologisch was toegestaan. Dus wij vonden dat wij eigenlijk een heel fatsoenlijk voorstel, heel fatsoenlijk idee hadden.

Tot onze stomme verbazing ging de 2e fase van de participatie van start met slechts 3 denkrichtingen. Hoe het precies gedaan is weet ik niet, ik ben er nog steeds niet goed achter, maar ineens werden de denkrichtingen beperkt tot; groen, blauw en cultuur. Nou, wij vinden het een ‘farce’ zoals het participatieproces zich verder ontwikkeld heeft. En er is ook een of andere coupe gepleegd. Ik kan u, in onze map zit ook een besprekingsverslag met de toenmalige wethouder, die daar ook nog een heel erg ondeugende opmerking over maakt, als u die map goed doorleest dan concludeert u dat, maar in elk geval, wij vinden dus dat iedereen bij de neus genomen is en bovendien, wij begrijpen de gemeente helemaal niet vanwege het feit dat ten aanzien van het preferendum, waar elf-en-half-duizend mensen aan deelgenomen hebben, wordt gezegd, dat is een mislukking, en dat participatieproces voor Stadsblokken Meinderswijk, daar hebben 250 tot 350 mensen aan deelgenomen, een groot succes.

Ik heb het idee dat de echte Arnhemmer niet weet waar deze locatie ligt. Bovendien, hebben wij ook nog eens een keertje, óns idee voorgelegd via een uitgebreide enquête onder de Arnhemmer. En u houdt het niet voor mogelijk, 60 à 70 procent van de Arnhemmers vindt het een geweldig plan en wil daar wonen. Niet in Schuytgraaf, dan zit je ergens in de Rimboe, dat lukt niet. Dus eigenlijk heeft de gemeente een aantal keren verkeerde keuzes gemaakt, men wil híer wonen, men wil in de stad wonen, men wil bij de voorzieningen wonen. En ik denk dat Arnhem, als deze gebiedsvisie wordt vastgesteld, een historische fout maakt door de locatie waar het hier om gaat, en dan bedoel ik met name Stadsblokken, geen integraal onderdeel van de stad te laten zijn, en de stad niet gaat verbinden naar Noord naar Zuid naar Oost naar West, want dat was ook één van de uitgangspunten die de gemeenteraad in 2007 bepaald heeft. En waar dus niks van terecht gekomen is.

Toen ik het ontwerp van de gebiedsvisie onder ogen kreeg, en ook merkte dat het college ondanks de gesprekken die wij gevoerd hebben om hem niet zo vast te stellen, moest ik constateren, ook al vanwege publicaties door de gemeente, dat hier niks van terecht kan komen. D’r wordt gezegd: er komt een fietsroute van 12 kilometer, komt dit, komt dat, ik weet niet of u de eigendomskaart wel eens bekeken hebt, maar de grondpositie van Phanos is heel dominant. En alle fietspaden lopen gewoon dood. Die moeten over ons grondgebied en daar doen we dus niet aan mee. (1:24:30)

Ik heb mij in m’n leven nog nooit zo bij de neus laten nemen. En daar kan ik heel slecht mee om gaan moet ik u zeggen, en dat betekent gewoon, dat wij d’r voor zullen vechten om de gemeente ervan te weerhouden om zo’n gebiedsvisie vast te stellen. Want bovendien, dat heeft u ook onlangs nog in de krant kunnen lezen, de provincie Flevoland, die wilde dolgraag het Oostvaarderswold realiseren en dat is door de Raad van State vernietigd. Waarom? Omdat het plan niet te realiseren is. Het plan is niet te realiseren, en wordt vernietigd. En ik heb de wethouder van RO maar ook de wethouder van de woonschepen – ook zo lastig – ook verteld dus: ‘ik begrijp jullie niet, want jullie hebben ons gewoon nodig’. En op deze wijze doe ik niet mee. En ik weet zeker dat alle plannen die jullie willen realiseren, en in de gebiedsvisie opgenomen moeten worden, moeten worden vertaald in planologische maatregelen, die de eindstreep niet halen. (1:25:57)

Dus ik snap niet waar jullie met elkaar mee bezig zijn. Ten aanzien van de woonschepenbewoners, uhm, in oktober vorig jaar heeft de rechter dus al een beslissing genomen. Wij hebben op verzoek van de gemeente nog even gewacht om maatregelen te nemen. Wij hadden de veronderstelling, nou d’r valt wel te praten voor een goeie oplossing, sinds ik dus het voorstel van het college aan de raad over de vaststelling van de gebiedsvisie onder ogen kreeg moest ik voor mezelf constateren, ja de gemeente gaat gewoon door en is blijkbaar ook niet voor reden vatbaar dus ik ben gewoon gedwongen om mijn troeven optimaal te benutten. Dus wij hebben het vonnis laten betekenen, en ik kan u hier allemaal met een gerust hart zeggen, als de gemeenteraad op 26 maart aanstaande de gebiedsvisie ongewijzigd overneemt dan wordt de dag daarna maatregelen genomen om die woonschepen weg te hebben.

En ik vind trouwens dat het aan de gemeente ligt dat deze mensen in deze positie terecht gekomen zijn. (à 01:27:30)

Voorzitter: Dank u wel, er zijn vragen vanuit de raad.

De heer Lentink van de SP: (Ben u op de hoogte) dat er inmiddels een afspraak is, raad en college voor deze zomer een definitieve oplossing voor die woonschepen te realiseren, ongeacht hoe deze visie wordt vastgesteld.

Ensing: Zoals de gemeente tot dusver met dit dossier is omgegaan heb ik daar geen enkel vertrouwen in.

Lentink: Das jammer, want wij gaan er nog steeds vanuit als raad dat wij een afspraak hebben met het college die ten uitvoering gaat worden gebracht dus dat er een oplossing is.

Ensing: In de nota van uitgangspunten die de gemeenteraad in november 2007 heeft vastgesteld was één van de verplichtingen om een oplossing in dat gebied te zoeken voor de woonschepen. En nu wordt er een voorstel gedaan waarin geen oplossing opgenomen is.

Lentink: Niet binnen dat gebied! Maar dat wil niet zeggen dat er dan geen oplossing komt búiten dat gebied, voor diezelfde woonschepen.

Ensing: De gemeente heeft uitgangspunten bepaald waar niet aan voldaan wordt. En ik begrijp uit het rapport dat speciaal opgemaakt is om een oplossing te zoeken, dat er geen enkel ander alternatief is die redelijk aanvaardbaar is behalve alternatieven in het gebied zelf. En daar hebt u ons ook voor nodig.

Voorzitter: Dank u wel, dan wil ik het woord geven aan de heer van Meurs.

Lentink: Ik ben nog lang niet klaar mevrouw de voorzitter, ik wil nog graag even verder gaan.

Voorzitter: U mag zo verder gaan, er zijn meer mensen die vragen hebben en we hebben beperkt de tijd dus ik geef nu het woord aan de heer van Meurs.

Van Meurs: Eerst toch een paar opmerkingen vooraf want u slaagt er heel goed in om iedereen tegen de haren in te strijken, alle bewoners van Schuytgraaf, waaronder ondergetekende, die wonen in de Rimboe. En u vergelijkt ook het referendum met het participatieproces terwijl u toch dan zou moeten weten dat wij daar verschillende maten voor hanteren en dat bijvoorbeeld bij het referendum er een minimum opkomst moet zijn om het tot een geldig einde te laten komen dus u kunt die twee dingen niet zomaar in één mandje gooien maar daarnaast hebt u natuurlijk wel een paar troeven want als ik op het kaartje kijk dan zie ik dat u zeer ruim vertegenwoordigd bent in het gebied en de gemeente Arnhem bijna niet, dus ik vraag mij af of wij als gemeenteraad eigenlijk ook niet bij de neus zijn genomen, want waar hebben wij het in godsnaam over? U hebt inderdaad de mogelijkheid om die woonboten te verwijderen, u hebt de mogelijkheid om de fietspaden te laten stoppen bij uw gebied, dus waar hebben wij het in godsnaam over wanneer wij vanavond over deze gebiedsvisie moeten praten. Daar zou ik toch wel een antwoord op willen hebben.

Voorzitter: Meneer Ensing?

Ensing: Moet ik daar een antwoord op geven?

Voorzitter: Een reactie..?

Ensing: Ik, eh, sorry hoor maar ik (verbaas om zich heen kijkend). Ik denk ook dat dit een farce is.

Voorzitter: Mevrouw Bailey, Zuid Centraal.

Mevrouw Bailey: Ik lees hier in uw brief dat er heel wat verwachtingen gewekt zijn. Kunt u mij aangeven op het moment…u schrijft in uw brief, ik zal even duidelijk zijn, ..door de gemeente de verwachting is gewekt dat de ontwikkeling van Stadsblokken Meijnderswijk voldoende omzet zou genereren om de door ons gedane investeringen te rechtvaardigen. Zijn die verwachtingen ergens vastgelegd?

Ensing: Die blijken onder andere uit brieven aan de minister van VROM, aan de staatssecretaris van verkeer en waterstaat. Dat blijkt uit verslagen naar de stuurgroep vergadering van die periode en overduidelijk was dat de afspraak was dat er een samenwerkingsovereenkomst zou worden gemaakt tussen de grondeigenaren en de gemeente met als uitgangspunt: blauw, groen en rood. En kijkt u maar naar de nota uitgangspunten van 2007, eind 2007, daar staat dus ook voor Stadsblokken, zelfs met twee sterretjes, stedelijk gebied. Dat heeft de raad zelf vastgesteld!

Mevrouw Bailey: Mag ik daar een vervolgvraag op stellen? Als je met elkaar zo’n samenwerkingsovereenkomst aangaat, dan ben je planmatig bezig, moet je je daar niet een beetje flexibel in opstellen?

Ensing: Dat hebben wij uitermate gedaan. Het samenwerkingsproces werd in eind 2007, begin 2008, beëindigd omdat de gemeente in de stress was geraakt van het resultaat van het preferendum en absoluut niet de schijn wilde wekken dat ze samen zou werken met een projectontwikkelaar, en via dergelijke een samenwerking iets in de inspraak brengen, dus wij hebben gewoon op verzoek toen van de gemeente gezegd, goed, we snappen dat, we gaan netjes opzij zitten en wij volgen dat proces.

Mevrouw Bailey: En bent u tevreden met de uitkomst van dat participatieproces?

Jansen: Mag ik daar even op reageren? Ja, sorry maar uw antwoord bevalt mij helemaal niet.

Mevrouw Bailey: Sorry, voorzitter, ik wilde even mijn vraag beantwoord hebben.

Voorzitter: Ja u kunt uw vraag beantwoord krijgen. (Tegen Jansen: Nee één ogenblikje want zij was nog aan het woord.)

Ensing: Meneer Jansen, ik citeer uit de verslag, ((Mevrouw B: sorry meneer maar mag ik misschien antwoord op mijn vraag)) waarbij u als wethouder aanwezig was, 14 juli 2008, daar ver excuseert u zich voor de uitdrukking, maar u zegt, dat door het proces de groen-maffia is binnengehaald en de rest van de stad zich niet laat horen. Dat is feit.

Jansen: Ik wil hier toch op reageren want ik vind dit een ernstige aantijging.

Ensing: Hoezo? U hebt het gewoon gezegd!

Jansen: Ten eerste gaat het hier om úw interne stuk, waarbij meneer Goes interpretatie geeft aan mijn woorden, en waar het om ging

Ensing: ..Ik heb twee getuigen…

Jansen: Ja, ik heb er ook twee, maar ik bedoel…

Ensing: Eentje…

Jansen: Nou, één, maar die is net versterkt. Waar het om ging was dit, toen wij de samenwerkingsovereenkomst afsloten, omdat we het participatietraject als gemeente zouden doen, en niet met alle anderen, ook niet met staats bosbeheer, ook niet met anderen, u het recht kreeg om uw eigen plan te promoten, om dat uit te dragen, op elke avond, als u dat zou willen. Dat was het verhaal. Als u onderdeel van die projectgroep zou zijn gebleven, had u dat niet kunnen doen.

Voorzitter: Dank u wel, nou wil ik nog vier vragen toestaan en dan afronden omdat we door moeten gaan

Mevrouw Bailey: Ik wil wel graag een antwoorde op mijn vraag. En mijn vraag was, aan de heer Ensing, of hij niet tevreden was met het participatieproces. En dan kunnen we misschien meenemen wat meneer Jansen daarnet zei.

Ensing: Ik denk dat mijn verhaal van zo pas daar overduidelijk in geweest is. Ik, eh, tuurlijk niet. En ik denk ook dat hier vals spel is gespeeld.

Mevrouw Bailey: Heeft u meegedaan aan het participatieproces?

Voorzitter: Mevrouw Bailey, mevrouw Bailey, ik wil nou doorgaan met de volgende vier vragen.

Ensing: We hebben alles nauwkeurig gevolgd.

Voorzitter: De heer van ’t Hof, Groenlinks

Van ’t Hof: Ja voorzitter, dank u wel. De concept gebiedsvisie is vorig jaar februari gepresenteerd. D’r is een jaar overheen gegaan tot dit moment, en ik vraag me af waar in dat jaar Phanos is gebleven. We krijgen te elfde uren een brief van Phanos met commentaar op de gebiedsvisie. Waarom op het allerlaatste moment?

Voorzitter: Dank u wel. Meneer Ensing? (à01:35:15)

Ensing: Wij hebben in de afgelopen anderhalf jaar, regelmatig met leden van het nieuwe college gesproken, met wethouder Kok, met mevrouw van Gastel, en wij hebben ons in dat verband altijd heel netjes gedragen en ik was altijd in de veronderstelling dat men uiteindelijk wel zou inzien, op basis van de argumenten die wij dus in die besprekingen hebben genoemd, tot inkeer te komen. En ik had dat eigenlijk tot voor kort nog steeds. Dus ik was eigenlijk wel heel goed in vertrouwen, alleen tot mijn stomme verbazing, moet ik zeggen dat met ons verhaal en onze argumenten de vloer aangeveegd is bij de vaststelling van de gebiedsvisie. Ja en dan doet zich natuurlijk voor mij een heel compleet nieuw feit voor, dus sinds kort ligt het raadsvoorstel van het college op tafel en ja sinds kort is eigenlijk duidelijk dus dat eh, men ons niet beloond heeft in de visie. Anders had ik dat eerder gedaan.

Voorzitter: Dankuwel, de heer Lentink, SP.

Lentink: Maar u suggereert hier nogal wat, u suggereert hier vals spel van het college…

Voorzitter: Meneer Lentink wilt u een vraag gaan stellen

Lentink: Vals spel van de gemeenteraad, door vast te stellen hier dat het vaststellen door de raad, de denkrichtingen en het participatieproces, onrechtmatig zijn geweest, klopt dat?

Ensing: Vind ik van wel.

Lentink: Maar dat is dus uw interpretatie.

Ensing: Uiteraard.

Lentink: Nee oké dan is dat ook geheel voor uw eigen rekening maar dat neemt dan nog niet weg waarom u dan organisatoren die op Stadsblokken iets willen gaan doen deze zomer wegpest door ze geen toegang meer tot het gebied te verlenen.

Ensing: Heel helder, wanneer het gemeentebestuur op 26 maart de gebiedsvisie zoals ie nu voorligt vaststelt, dan moeten wij ons achter onze oren krabbelen over de vraag wat wij verder gaan doen en uiteraard zijn wij daar al mee bezig en het kan best zijn dus dat wij dat gebied heel anders willen gebruiken en dat daar een dergelijk gebruik niet in past.

Lentink: Oftewel, dan zit u met wat natuurgrond en dan gaan wij de historische blunder, zoals bij de aankoop van Sonsbeekpark, dat wij een stuk van onze stad groen bestemmen. Ja, mooi.

Voorzitter: De heer Giesink, D66.

Giesink: Dank u wel, u heeft ons natuurlijk als raad allemaal een brief gestuurd. U heeft ook ingesproken, waardering daarvoor. Ik heb u een hoop horen verwoorden wat u niet bevalt in het proces, maar kunt u ons ook concreet aangeven wat u eigenlijk van ons als raad vraagt, om deze toch wat afwerende houding, misschien, of die nou gerechtvaardigd is of niet daar ga ik op dit moment niks over zeggen, om daar weer in beweging te komen. Wat wilt u nou eigenlijk van ons?

Ensing: Nou, wij zouden het zeer waarderen dat wij uitgenodigd worden per raadsfractie om daar eens over te praten voordat er een beslissing genomen wordt. Want dat lijkt mij een veel betere plek.

Giesink: Maar u kunt ons niet zo zeggen van, hierin zit ons belangrijkste hindernissen, raad u kunt… want wij worden gevraagd, wij staan voor de vraag of wij de visie moeten vaststellen, en dan hoor ik ook graag nu hier

Ensing: Ik kan u alleen maar in overweging geven om de raadsbeslissing van november 2007 nog eens na te lezen, en te kijken dus welke uitgangspunten de raad bepaald heeft voor dit gebied, en daar wordt volstrekt niet aan voldaan.

Giesink: Dus het enige wat wij op dit moment als raad kunnen doen om te voorkomen dat u over twee weken de mensen uit hun woonboten jaagt en festivals onmogelijk maakt is u uitnodigen op onze fractiekamer, dat begrijp ik goed.

Ensing: En dus besluiten om de vaststelling van de gebiedsvisie op 26 maart aan te houden.

Giesink: Dat is helder, dank u wel.

Voorzitter: Dank u wel. De laatste vraag, de heer Grevink, PvdA. Laatste vraag.

Grevink: Terug even inderdaad naar de bewoners van de woonboten, want in het raadsvoorstel wordt het onderzoek dat u noemt is puur bedoeld om de ruimte te bieden binnen de visie om eventueel een oplossing in het gebied te vinden. Daarnaast staat de toezegging, dat is net ook al een paar keer gezegd, dat de wethouder een oplossing zoekt voor de zomer. Dus die koppeling die is er niet. Waarom is er dan nog steeds aanleiding om over twee weken de woonboten te laten verwijderen?

Ensing: Nou, ik moet u zeggen, dat ik eigenlijk, toen ik het hoofdstukje woonboten las, zoals in het raadsvoorstel is opgenomen, mij m’n klomp brak, doordat aan het eind, de raad moet besluiten om zich nog weer het recht voor te behouden over de verplaatsing van de woonboten in Arnhem in Stadsblokken Meineswijk te overwegen. Wij zijn al een half jaar lang aan het praten daarover. En een half jaar lang is al duidelijk dus wat er in dat rapport wat speciaal gemaakt is staat, en ik vind gewoon, armoe troef dus als je nu nog niet in staat bent dus om daar conclusies aan te verbinden.

Voorzitter: Dank u wel (01:41:12) Ik ga afronden, ik kan concluderen dat we de informatieve fase niet hebben, nee, ….., meneer Giesink ik

Ensing: Dat heb ik niet gezegd. Ik heb gezegd, ik wil graag bij elke raadsfractie op visite komen om hierover te praten…

Voorzitter: Meneer Giesink, ik wil de vergadering

Ensing: …en ik heb gezegd dus dat wanneer dus de raad op 26 maart besluit om deze gebiedsvisie vast te stellen, dan heeft dat consequenties. (slaat demonstratief de armen over elkaar)

Voorzitter: Dank u wel. Dan kunnen we dus concluderen dat we de informatieve fase niet hebben kunnen afronden vandaag, ik wil alle insprekers bedanken, ik wil ook de heer Ensing bedanken voor de moeite die hij heeft genomen om alsnog te spreken. Alle inspreekteksten zullen morgen op het RIS staan. (01:42:10)

Deel 1. | Deel 2. | Deel 3. | Deel 4.Deel 5a. | Deel 5b. | Deel 5c. | Deel 5d.  | Deel5e. | Deel 6a. | Deel 6b. | Deel 6c | Deel 6d | Deel 6e |

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s